Esthetische muco-gingivale chirurgie

Esthetische muco-gingivale chirurgie is een onderdeel van de parodontologie en slaat op een waaier van fijne chirurgische ingrepen van het tandvlees. Deze ingrepen zijn vaak nodig om esthetische redenen, maar kunnen ook omwille van biologische factoren nodig zijn om problemen in de toekomst te vermijden.
Behandelingen / Esthetische muco-gingivale chirurgie
Gingivectomie

Dit is een tandvleescorrectie waarbij de parodontoloog een overmaat aan tandvlees zal wegnemen omdat dit esthetisch storend is. Dit is het geval bij een “gummy smile”. Dit betekent dat de patiënt te veel tandvlees toont in verhouding tot de lengte van de tanden. Dit kan omdat de tanden bij het doorbreken niet volledig gezakt zijn of het tandvlees niet verder omhoog gekropen is. Er zit met andere woorden nog tandglazuur verborgen onder het tandvlees. Dit is een zeer eenvoudige ingreep onder beperkte lokale verdoving met minimale nalast voor de patiënt. 

Dit kan ook het geval zijn na een orthodontische behandeling waarbij het tandvlees ongunstig verplaatst of gezwollen is.

Een goede mondhygiëne is echter cruciaal voor een goede genezing en perfect resultaat. Dit zal op voorhand door uw tandarts of parodontoloog gecontroleerd worden.

Klinische kroonverlening

Soms is er niet enkel te veel tandvlees aanwezig, maar ook te veel kaakbot. In dat geval zal de parodontoloog niet enkel het tandvlees wegnemen, maar ook wat van het onderliggende kaakbot, zodat het tandvlees niet teruggroeit. De tandkroon wordt als het ware klinisch langer gemaakt. Dit kan nodig zijn om een beter esthetisch resultaat te bekomen bij facings of kroon -en brugwerk of achteraan in de mond bij diepe vullingen die anders niet te bereiken zijn door de tandarts. Deze behandelingen gebeuren onder lokale verdoving en met minimale nalast. De patiënt kan dezelfde dag gaan werken en komt meestal 1 tot 2 weken later terug om de zeer fijne draadjes te verwijderen en het resultaat te evalueren. Na de ingreep krijgt de patiënt een speciale tandenborstel en instructies om het gebit blijvend goed te verzorgen.

Tandvleesopbouw

Wanneer een tandwortel verwijderd wordt, zal het bot krimpen en bijgevolg ook het tandvlees. Dit kan esthetisch storend zijn, aangezien er precies een deuk in het tandvlees zit die een grijze schaduw kan creëeren. Om dit probleem te verhelpen kan de parodontoloog een tandvleesopbouw uitvoeren. Bij deze behandeling wordt een stukje eigen bindweefsel achteraan de mond (donor) weggenomen en verplaatst onder het tandvlees van de probleemzone (receptor). Denk aan een tandvleestransplantatie. Dit stukje bindweefsel wordt gefixeerd met zeer fijne draadjes zodat er geen beweging kan optreden en er nieuwe bloedvaatjes kunnen ingroeien waardoor het tandvlees lokaal dikker wordt en blijft. Dit is zeer techniekgevoelig werk en vraagt dan ook de nodige expertise en medewerking van de patiënt. Roken is een zeer grote risicofactor, aangezien dit de doorbloeding sterk negatief beïnvloedt. De patiënt zal vooral nalast ondervinden ter hoogte van de donorsite (achteraan de mond) afhankelijk van de grootte van het weggenomen tandvlees en vermijdt om deze reden best hard voedsel ter hoogte van deze zone gedurende 1 à 2 weken.


Recessiebedekking

Terugtrekkend tandvleees kan zowel esthetisch storend zijn (de gele wortel is zichtbaar) als pijnlijk door de fijne openingen in de wortel die in verbinding staan met de tandzenuw. Een blootliggende wortel door terugtrekkend tandvlees noemen we een recessie. Hoewel sommige tandartsen dit bedekken met vulmateriaal, is de meest biologische en ideale oplosing het bedekken van deze wortel met nieuw tandvlees. Dit kan dankzij een recessiebedekking. Bij dit type behandeling zal de parodontoloog met zeer fijne instrumenten het tandvlees rondom de wortel losmaken, waarna een stukje bindweefsel van een andere zone in de mond over de blootliggende wortel geplaatst wordt. Nadien trekt de parodontoloog het bestaande tandvlees over de wortel en het bindweefsel om het zo te fixeren op de nieuwe plaats met zeer fijne draadjes. Deze nieuwe situatie moet vervolgens 1 à 2 weken vastgroeien, waarna de blootliggende wortel opnieuw bedekt is met tandvlees alsof er voordien niets aan de hand was. 

Voor de start van deze behandeling zal de parodontoloog eerst de oorzaak van het terugtrekkend tandvlees onderzoeken en eventueel de poetstechniek bijsturen om deze problemen in de toekomst te vermijden. Een goede medewerking en opvolging van de instructies door de patiënt is essentieel voor een goed eindresultaat. 

Botopbouw

Wanneer een tand reeds lang verloren is, of verwijderd moet worden ten gevolge van een uitgebreide infectie die het kaakbot aangetast heeft, kan er na de genezing een botdefect ontstaan. Dit zien we na genezing als een diepe deuk in het tandvlees. Dit kan esthetisch storend zijn of zelfs zo uitgebreid dat er onvoldoende bot beschikbaar is voor een implantaat indien de patient tandvervanging wenst. Om dit op te lossen kan de pardontoloog of kaakchirurg een botopbouw uitvoeren. Bij dit type behandeling zal met behulp van kunstbot of eigen bot en membranen het defect opgevuld worden, waarna een periode van 6 maanden nodig is om het kunstbot te laten integreren tot volwaardig, matuur bot waarin een implantaat geplaatst kan worden.

Soms kan de specialist voorstellen om na het verwijderen van de tand onmiddellijk kunstbot te plaatsen om het ontstaan van een botdefect tegen te gaan.

Iets voor jouw mond?

Heb je nog vragen over deze dienst of een andere, of wens je over te gaan tot het maken van een afspraak?

Neem contact op